Persbericht

Russische inval in Oekraïne

Russische inval in Oekraïne: “De regering zal de Belgische bedrijven steunen die getroffen zijn door de grondstofprijzen en de stijgende energiekosten”, zegt Pierre-Yves Dermagne

Het Poetin-regime heeft zwaar te lijden onder de sancties van Europa en de Verenigde Staten, maar deze sancties en de Russische tegensancties hebben ook een impact op onze economie. De gezondheid van sommige van onze bedrijven wordt mogelijk aangetast door de Russische invasie in Oekraïne.

In dit stadium lijkt de directe impact van het sanctiebeleid op de Belgische economie relatief beperkt, maar de indirecte impact van het conflict op de energie- en grondstofprijzen is een stuk groter. 

In 2021 exporteerden 1.556 Belgische bedrijven goederen naar Rusland. Voor de goede orde: dit is zeer beperkt. Amper 1% van onze export gaat naar Rusland. En “slechts” 1.023 ondernemingen voerden goederen uit Rusland in.

Op dit moment stelt het grootste probleem zich op het niveau van de invoer van grondstoffen, met name energie en graan. Er is een zeer sterke stijging van de prijs van deze producten, als direct gevolg van de oorlog in Oekraïne.

 

De gevolgen van de oorlog voor onze bedrijven en werknemers

 Een ander effect kan als indirect worden omschreven, maar is net zo verontrustend. De oorlog in Oekraïne heeft een aanzienlijke impact op de kosten voor energievoorziening van onze Belgische bedrijven en huishoudens.

“Energie-intensieve sectoren zoals raffinage, metallurgie, cement en glas, die voor veel werkgelegenheid zorgen, zien hun energiekosten drastisch stijgen. Om dit alles te objectiveren vraagt de regering aan de Nationale Bank van België om tegen eind april de impact van de stijging van de energie- en grondstoffenprijzen op de verschillende sectoren meer in detail te onderzoeken”, licht minister van Werk en Economie Pierre-Yves Dermagne toe.

Op basis van deze analyse van de Nationale Bank zal de regering, in overleg met de sociale partners, nagaan welke maatregelen kunnen worden genomen, in het bijzonder met betrekking tot de energiefactuur van onze ondernemingen.

 

Tijdelijke werkloosheid als schild voor werknemers

Om het hoofd te bieden aan deze energieonzekerheid en aan de moeilijkheden bij de bevoorrading met bepaalde grondstoffen, hebben de regering reeds beslist om de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht te verlengen tot 30 juni 2022.

Alle tijdelijke werkloosheid als gevolg van de coronapandemie of het conflict in Oekraïne (ook indien vóór 1 april 2022) kan bijgevolg tot eind juni worden beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Dit houdt in dat bedrijven er op een soepele manier gebruik van kunnen maken, en dat betrokken werknemers 70% van hun loon plus een toeslag van 5,98 euro per dag ontvangen.

“Het komt erop aan de ondernemingen met dezelfde vastberadenheid te steunen als tijdens de gezondheidscrisis. Bovendien fungeert tijdelijke werkloosheid door overmacht als een schild dat werknemers beschermt tegen plotseling ontslag”, aldus vicepremier Dermagne. “Deze regering houdt uiteraard ook vast aan de automatische indexering van de lonen, een zeer doeltreffend instrument om de koopkracht te beschermen.”

De verlenging van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, maar ook de stookoliecheque, de verlaging van de BTW op gas en elektriciteit tot eind september, de verlaging van de accijnzen op benzine-diesel en de verlenging van het sociaal tarief voor elektriciteit en gas tot eind september 2022 maken deel uit van het arsenaal dat is opgebouwd om de koopkracht te vrijwaren en de sterke stijging van de energieprijzen tegen te gaan.

“Om de negatieve economische gevolgen van deze crisis zoveel mogelijk te beperken, moeten we ons relancebeleid langer aanhouden en ten alle prijze een bezuinigingsbeleid vermijden”, concludeert Pierre-Yves Dermagne.